5 argumenten tegen aanbesteden op staartkosten

Een voorbeeld. Een groep particulieren besluit gezamenlijk een woongebouw voor eigen gebruik te ontwikkelen; een CPO project dus. De locatie is gereserveerd, de hoofdopzet is bekend, alsmede het budget. Met het oog op zekerheid op het gebied van bouwkosten, en achtervang van eventueel niet afgenomen woningen, besluit de groep om te werken met een aannemer in het ontwerpteam. De aannemer zal worden geselecteerd op basis van zijn kwaliteiten, ervaring en uiteraard de prijs. Omdat er nog geen begroting kan worden gemaakt, vraagt men de uitgenodigde aannemers om een bindende opgave te doen van de percentages voor algemene kosten (A.K.), winst en risico (W.& R.), en all-risk verzekering (C.A.R.); daarnaast een opgave van het netto uurloon op de bouwplaats. Met de aannemer die de beste aanbieding doet komt men tot een bouwteamovereenkomst.

Volgens mij bereik je hiermee niet je doel, en een eerlijke vergelijking wordt het ook niet:

  1. definitie
    Algemene Kosten zijn nergens eenduidig gedefinieerd. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de kosten voor het maken van de begroting op te nemen in de A.K., maar calculatie kan ook in de directe kosten zitten.
  1. onvolledigheid
    Verschillende aannemers hanteren allemaal hun eigen lijstje met staartkosten. En zo verschijnt onderaan de begroting van jouw project opeens een post ‘verlet’, ter dekking van de kosten van verloren uren tengevolge van slecht weer. De mededingende aannemer die dit had verdisconteerd in de A.K. of W.& R. is wellicht hierdoor ten onrechte de klus misgelopen. En kijk ook niet op van een extra percentage ‘afkoop prijsrisico’ als sluitpost van de begroting.
  1. budgetproblemen
    De begroting blijkt tegen te vallen. Er wordt stevig bezuinigd, ook op de gewenste kwaliteit. Maar door de vastgestelde opslagen in de bouwteamovereenkomst is de aannemer de mogelijkheid ontnomen om de opdrachtgevers tegemoet te komen in winstmarge.
  1. arbeidsnormen
    Normen voor arbeid zijn niet gestandaardiseerd. In de begroting kan een laag uurtarief worden gecompenseerd door hogere arbeidsnormen; het vastleggen van een standaard uurloon heeft dus niet veel zin.
  1. onzichtbare marges
    Aannemersbegrotingen zijn voor minstens de helft opgebouwd uit een optelling van door derden opgegeven totaalprijzen. Ook al worden de offertes van in de begroting opgenomen bedragen overhandigd, dan nog weet de opdrachtgever niet of er onderaannemers zijn die voor hetzelfde werk minder geld vragen. De aldus ontstane marges kunnen gemakkelijk de afgesproken winstmarge verdubbelen, zonder dat dit zichtbaar wordt.

Iedere ondernemer mag uiteraard verdienen aan het uitvoeren van zijn werk; het belang van de opdrachtgever hierbij is, dat dit binnen redelijke grenzen blijft. Maar het is onzin om te denken dat je in een bouwteamovereenkomst kunt vastleggen hoeveel een aannemer precies overhoudt aan een klus. De opdrachtgever wil zoveel mogelijk waar voor zijn geld, en dat kan op allerlei manieren worden bereikt – op de keper beschouwd is dat een beknopte taakomschrijving van de bouwkostendeskundige. Aanbesteden op staartkosten is hierbij volgens mij van weinig waarde.

5 argumenten tegen aanbesteden op staartkosten

Eén gedachte over “5 argumenten tegen aanbesteden op staartkosten

  • december 10, 2018 om 9:39 pm
    Permalink

    Hoi Hans,
    Het lijkt mij een absoluut zinnige argumentatie die je hier hebt neergezet!
    Groet, Bert

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *